Een kerkdienst begint met het binnenkomen van de kerkenraad. Hierna volgt een stilte waarin iedereen kan bidden om een persoonlijke zegen in de kerkdienst en een zegen voor de voorganger. Vervolgens spreekt de voorganger een gebed uit.

  1. De predikant bidt (votum):

Onze hulp is in de Naam des Heeren, Die hemel en aarde gemaakt heeft, Die trouw houdt en eeuwig leeft en niet laat varen de werken Zijner handen. (psalm 124 vers 8 en 138 vers 8)

Daarna steekt hij zijn handen op en begroet de gemeente in de naam van God:

Genade, barmhartigheid en vrede worde  u bij de aanvang geschonken of rijkelijk vermenigvuldigd van God, de Vader,en van Jezus Christus, de Heere, in de gemeenschap des Heiligen Geestes. Amen (1 Tim 1:2)

Of: Genade zij u en vrede van God de Vader en van onze Heere Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, in de gemeenschap van de Heilige Geest, Amen.

Of: Genade zij u en vrede van Hem die is en Die was en Die komen zal, en van de zeven Geesten die voor Zijn troon zijn en van Jezus Christus, die de getrouwe Getuige is, de eerstgeborene uit de doden en de Overste van de koningen der aarde, Amen. (Openbaringen 1 vers 4)

  1. We zingen een psalm
  1. Een ouderling leest uit de Bijbel de “tien geboden” voor. U kunt dit vinden in Exodus 20 vers 1-17.

Toen sprak God al deze woorden, zeggende: Ik ben de Heere uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
1) Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
2) Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in de hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig (jaloers) God, Die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen die Mij haten; En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
3) Gij zult de Naam van de Heere, uw God, niet ijdel (lichtvaardig) gebruiken; want de Heere zal niet onschuldig houden, die Zijn naam ijdel gebruikt.
4) Gedenkt de sabbatdag (rustdag), dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat van de Heere, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling die in uw poorten is; Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Heere de sabbatdag en heiligde dezelve.
5) Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat de Heere uw God geeft.
6) Gij zult niet doodslaan.
7) Gij zult niet echtbreken.
8) Gij zult niet stelen.
9) Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste (medemens).
10) Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.

  1. We zingen een psalm of gezang als antwoord op de geboden van God.
  1. De ouderling leest een gedeelte uit de Bijbel. Dit gedeelte wordt straks uitgelegd. We lezen stil mee in onze Bijbel. (Voor in de Bijbel staat de inhoudsopgave van de bijbelboeken).
  1. We bidden nu tot God of Hij ons genadig wil zijn en deze samenkomst bij ons wil zijn. We vragen of God ons wil laten begrijpen wat er in de Bijbel staat. We bidden ook voor de zieken en mensen met zorgen en danken voor de goede dingen die God gegeven heeft.
  1. We zingen weer een psalm. Onder het zingen houden de diakenen enkele collectes.
  1. De predikant houdt nu een preek. Dat wil zeggen dat hij uitlegt wat het gedeelte dat we in de Bijbel gelezen hebben voor ons betekent.
  1. Na het grootste gedeelte van de preek zingen we nog een psalm.
  1. Nu volgt het laatste deel van de preek.
  1. We bidden weer tot God in een dankgebed.
  1. We zingen een psalm als antwoord op de preek en ter afsluiting van de dienst.
  1. De predikant strekt zijn beide handen uit en spreekt de zegen uit:
    De genade van onze Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.(2 Korinthe 13 vers 13).

Of: De Heere zegene u en behoede u, de Heere doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig, de Heere verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede. Amen. (Numeri 6 vers 24-26).

Of als een ouderling de dienst leidt: O Vader, dat Uw liefd’ ons blijk’; O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk; O Geest, zend Uwen troost ons neer; Drieënig God U zij al d’eer! (Avondzang vers 7)

 

In de middagdienst wordt de geloofsbelijdenis gelezen in plaats van de wet. Deze is ontstaan in de eerste eeuwen van onze jaartelling. Christenen gebruiken wereldwijd deze belijdenis om hun geloof in God onder woorden te brengen.

 

1) Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde.
2) En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere;
3) Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;
4) Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle;
5) Ten derden dage wederom opgestaan van de doden;
6) Opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders;
7) Vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
8) Ik geloof in de Heilige Geest.
9)  Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen;
10) Vergeving der zonden;
11) Wederopstanding des vleses (lichaam);
12) En een eeuwig leven.